Scherven
Met ogen vol tranen keek ze hem aan Verontwaardigd was ze, aangedaan De prangende vraag verliet haar mond Maar viel in splinters op de grond Hij zei geen woord, wou haar niet zien Meer dan zat was hij die trien Altijd maar klagen en zeuren en zeiken Wat wou ze daar in godsnaam mee bereiken

